20-01-07

Tasmanie : 01/01/07 t.e.m. 20/01/07

Tasmanie : 1 januari t.e.m. 20 januari 2007

Hobart - Richmond - Eaglehawk Neck - Port Arthur - Hobart - Triabunna - Swansea - Coles Bay - Bicheno - St. Helens (600 km)

 

Tasmanie, een eiland 2 keer zo groot als Belgie, ligt zo'n 300 km ten zuiden van Melbourne in de stormachtige Southern Ocean.  

De kust is prachtig, een opeenvolging van witte stranden en rotsachtige inhammen met het zuiverste water van de planeet. 

Het bergachtige binnenland, vooral het westen, bestaat voor een groot deel uit ondoordringbare wildernis met gematigd oerbos, rotsen, meren en wilde rivieren.
Het regent hier heel wat meer dan op het vasteland en de roaring 40s (beruchte winden op de 40 ste breedtegraad) zorgen voor Belgisch Ardennenweer.
Tasmanie is het toevluchtsoord van heel wat bedreigde Australische diersoorten.   Er zijn 2 monotremen ( eierleggende zoogdieren) : de echnida, een miereneter, en de platypus, het vogelbekdier. 

De bekende Tasmaanse duivel is het enige vleesetende buideldier maar helaas met uitsterven bedreigd door een agressieve, besmettelijke kanker.  De Tasmaanse tijger ( een soort gestreepte wolf) werd al eerder uitgeroeid in 1936. 

Overal langs de kust zwemmen pinguins en dolfijnen en in de wouden staan Huon pines (ceders) van 2000 jaar oud.
Tasmanie telt 480 000 inwoners waarvan 300 000 in Hobart en Launceston, de enige steden van betekenis.  Het binnenland is zo goed als onbewoond en er zijn vele nationale parken.
Raar maar waar : Australie werd vanuit Tasmanie gekoloniseerd.
De Engelsen gebruikten het eiland als een strafkolonie vanaf 1800. 
De aboriginals op het eiland werden overigens tot de laatste man uitgeroeid.
Tot op de dag van vandaag woedt er hier een hevige strijd tussen natuurbeschermers en de hout- en mijnindustrie die de oerbossen kappen (logging) en zeer vervuilende tin -,zilver -, koper - en loodmijnen uitbaten.

 

Hobart - Port Arthur - Hobart

 

Van de vlucht Melbourne - Hobart  en onze aankomst weet Luc niet veel meer.  Hij vierde de eerste dagen van het nieuwe jaar met hoge koorts.   Er kwam zelfs een taxi aan te pas om de 6 km van de airport naar de camping te overbruggen want fietsen lukte niet meer.
Hobart was in feeststemming.  De beruchte jaarlijkse Sydney- Hobart zeilrace was net afgelopen en de haven lag vol met race-zeiljachten.  We aten er fish and chips in het gezelschap van een spelende zeehond en verbroederden met de zeilers.  We gaan trouwens een zeilboot kopen...misschien.
De oude havengebouwen waren ook zeer de moeite waard.

Luc weer gezond en dus de fiets op.
Via Richmond, een historisch stadje zo weggeplukt uit oud Engeland, reden we naar Eaglehawks Neck. 

Dat is de honderd meter brede verbinding naar het zuidoostelijk schiereiland waarop Port Arthur, de strafkolonie, stond.  Over de hele breedte waren woeste honden vastgeketend zodat niemand kon ontsnappen.   We bleven er wegens storm en regen 2 dagen gekluisterd in onze tent.

Dan Port Arthur ; 75 000 Engelse en Ierse convicts (veroordeelden) werden naar Tasmanie verbannen en een groot deel passeerde hier.   De kolonie groeide uit tot een bloeiende gemeenschap, met houtzagerij, scheepswerf, boerderij, bakkerij, kleermakerij en mooie gebouwen voor de stafleden.  Maar het bleef een living hell voor de dwangarbeiders die bij bosjes stierven.  

Na 100 jaar verval is het nu een soort Bokrijk waar blanke Australiers in de archieven naar hun voorouders  komen zoeken.
In 1996 vermoordde een gewapende gek er zomaar 35 mensen in de cafetaria.   De Australische wapenwetgeving is ondertussen aangepast. 

 
Hobart - St. - Helens (oostkust)

 

Vanuit Port Arthur zouden we via de oostkust naar boven rijden maar een kapotte gripshift en zadelpen (Luc) en achterrem (Christelle) zorgden voor een omweg van 120 km terug naar Hobart naar de prima fietswinkel van Ray Appleby, oud-wielrenner.
Dan reden we toch langs de oostkust naar het noorden.   Dat viel niet mee.  Eerst stormwind op kop, we zagen een caravan omwaaien, en dan 3 heuvels, waaronder Break-me-neck Hill, de naam zegt genoeg.  
Via Triabunna en Swansea, vissersdorpjes van een paar straten, en een veerpontje bereikten we Coles Bay.
Dit haventje ligt vol plezierbootjes.   Iedereen schijnt hier wel een 4X4 -drive met een boot erachteraan te bezitten.  Vissen is de nationale sport.  Coles Bay is de poort naar het Freycinet National Park.  
We bleven er een kleine week en deden er een trek over de roze granieten Hazards naar "magnificent, stunningly clear, spectacular, famously beautiful, pure white sand, ..."en nationale toerisme trots Wineglass Bay.   We namen de pijnlijke stijve benen achteraf er graag bij.   Fietsen is duidelijk niet hetzelfde als stappen. 
Daarna reden we verder door naar St. Helens. De streek hier werd zwaar getroffen door bushfires in december.  We fietsten uren door zwartgeblakerd woud met hier en daar een afgebrande farm.  
Nu zitten we alweer 2 dagen vast in datzelfde St. Helens waar het onophoudelijk regent.  Een benefietdag voor de slachtoffers van de droogte en de branden met houthakkerswedstrijden en een concert valt, o ironie, in het water.
Enfin, zo hadden we tijd om nog eens een verslagje te schrijven. Foto's hopelijk in Launceston op een betere computer. Groetjes aan iedereen en alle nieuwtjes uit Belgie zijn zeer welkom.
Christelle en Luc. 

 

06:13 Gepost door Luc en Christelle in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.