11-02-07

Tasmanie : 21/01 t.e.m. 09/02/2007

Tasmanie : the North and the West (21/01 t.e.m. 09/02/2007)St.Helens - Derby - Myrtle Bank - Launceston - Deloraine - Mole Creek - Gowrie Park - Cradle Valley nat. park - Rosebery - Strahan - Lake Burburry - Lake st.Clair nat. park - Wayatinah - Mt. Field nat. park (840 km waarvan 420 bergop en de rest met tegenwind)

 

Het noorden :De benefitavond voor de bushfireslachtoffers, met de enige echte Blues Brothers, gaat uiteindelijk toch door in de Townhall en we swingen de pannen van het dak tot jolijt van de plaatselijke bevolking.

De volgende dag schijnt de zon. Vanaf nu wordt het serieus : we rijden tegen de eeuwig blazende Roaring Forties in naar het westen. Na de laatste grotere stad, Launceston, passeren we de ene vruchtbare vallei na de andere. Telkens een rivier en een boerderij met alpenweiden en koeien of schapen. Na elk dal volgt een heuvel met regenwoud, meestal een viertal kilometer klimmen zoals in de Ardennnen. Omdat we mondvoorraad voor verschillende dagen meezeulen kan dat tellen.

Er is bijna geen verkeer en dorpjes en zeker winkels worden steeds schaarser. We kamperen op picknickplaatsen. Bij Myrtle Banks speelt er 's avonds een familie platypusjes in de rivier achter onze tent.

We bezoeken het Trawunna wildlife park waar ze onderzoek doen naar de Tasmaanse devils. Dit was te zien op Discovery Channel en National Geographic. Ze zijn ook een opvangcentrum voor gewond wild en jonge weesdiertjes : koala's, wombats, devils, wallabies, vogels, enz.

 

Het westen :Nu gaat het richting Cradle Mountain nat. park. Zoals de naam het laat vermoeden wordt het klimmen. We overbruggen een hoogteverschil van 1000 m door het regenwoud.

Dan fietsen we op een hoogvlakte met meren en bergpieken en veeel wind. Het wordt steeds kouder en het begint ook nog te regenen. Gelukkig vinden we een houten hut op de parkcamping want het regent 24 uur onafgebroken en de temperatuur gaat onder nul. We vullen de tijd met lezen voor de reusachtige open haard in de kampkeuken waarvoor we zelf hout hakken. Als de zon terug komt doen we een paar tracks langs de meren en over een bergkam maar fietsen vinden we toch leuker.

Nu duiken we weer naar beneden richting westkust. Neem dat gerust letterlijk met 55 kg fiets onder je is dalen de kick! Persoonlijk record : c 74 km/u l 83 km/u.

Dit was ooit een bloeiende mijnstreek (tin, koper) maar nu zijn er alleen nog een paar ghosttowns. Zeehan , bvb., telde ooit tienduizenden inwoners, 26 hotels en het grootste theater van het zuidelijk halfrond. Nu staat alles leeg. De kapperszaak lijkt een balzaal, de tv-shop vult amper 3 rekken van een ex- supermarkt.

2 dagen later staan we in Strahan, aan zee, met prachtig weer. Met 120 inwoners de grootste havenstad langs de westkust. Dit is de monding van de machtige Gordonriver langs waar het regenwoud werd leeggeroofd.

De Huonpine heeft een heel primitief voortplantingssysteem, dus moet hij zo lang mogelijk blijven leven, liefst een paar 1000 jaar. Dat doet hij door zijn hout te impregneren met olie, goed tegen insekten en het kan gewoon niet rotten.Dat ontdekten de zeevaarders ook en zo tekende de woudreus meteen zijn doodsvonnis.De strijd tegen ontbossing tussen machtige houtfirma's en milieubeschermers woedt hier nog volop.

We klimmen via Queenstown naar lake St.Clair nat. park. Queenstown is een monument van milieuvervuiling : tientallen jaren zwaveluitstoot van een kopersmelterij zorgde voor een maanlandschap kilometers in het rond.

We doen er boodschappen want we zullen lange tijd geen dorpen meer zien en geladen als pakezels klimmen we weer naar het hoogplateau. Het is er goed weer, een wonder in een streek waar het 330 dagen per jaar regent, 5 keer meer dan in Belgie ! We worden belaagd door horden steekvliegen en muggen die het verschil tussen dag en nacht niet schijnen te kennen. We koken nu vaak rijst met gedroogde erwten en drinken rivierwater.

Lake St.Clair nat. park : een rustdag met wat wandelen en 's nachts bezoekjes van hongerige possums aan onze tent. De vuilnisbakdeksels zijn verzwaard met bakstenen tegen deze plunderaars. Eindelijk weer een lekkere douche en we verzorgen onze zadelpijnbillen.

We dalen nu richting zuidoosten en drinken koffie in de lodge van Tanaleah. Dit stadje met pastelkleurige huizen, zo uit Edward Scissorhands, haalde de krant tot in Belgie. In de middle of nowhere werd hier in de jaren zestig een dam met waterkrachtcentrale gebouwd. Toen die klaar was trokken alle arbeiders weg en uiteindelijk kocht een rijkaard vorig jaar het hele dorp met school, bank, sporthal, policestation, kerk en alle huizen. Hij maakt er nu een luxe-wildernis-resort van.

We overnachten weer aan een meer. De campers schijnen ons allemaal te kennen. De meesten zagen ons wel al eens zwoegen onderweg. Die gasten rijden overigens met stevige bakken : dat gaat hier van een kleine audi A4 4.2 l tot een 4x4 ford 7.6 l turbo diesel...De rijtaks is hier minimaal.

De volgende dag houden we een rustdag in Mt.Field nat. park. Hier geen meer maar wel mooie watervallen en vooral de Big Tree Walk : kaarsrechte gombomen van 80 m hoog. De hoogste bloeiende hardhoutbomen ter wereld. De Amerikaanse redwood is hoger (100m) maar die is van zachthout en draagt kegels. (staat in onze gids)

We vinden er ook onze nieuwe vrienden terug, een Berlijns fietskoppel dat dezelfde route volgt. Die maken ons warm voor een fietsreis rond Ijsland. Christelle ziet het na een fles Tasmaanse wijn al helemaal zitten.

De volgende dag dalen we verder af naar Hobart, een wereldstad na al die leegte. De Giro de Tasmania is verreden, de cirkel is rond. Tijd om de supermarkt te plunderen op zoek naar vers fruit en fish and chips te gaan eten en dit verslagje te schrijven.

Groetjes Christelle en Luc.

07:06 Gepost door Luc en Christelle in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Luc en Christelle,

Leuke foto's, profiteer met volle teugen van jullie prachtige reis!!!

Riquet

Gepost door: Riquet Holvoet | 12-02-07

De commentaren zijn gesloten.